Antons economie pagina

Een andere kijk op onze economie

In dit artikel heb ik het bezit en de schuld van de Amerikanen en van Amerika ten opzichte van het buitenland ik kaart gebracht. Het doel daarvan is om een idee te geven van de omvang van al die bezittingen en verplichtingen, om de schuldenproblematiek van dat land in een breder perspectief te kunnen plaatsen.


Financiële bezittingen en verplichtingen

Het totale financiële bezit in de VS bedraagt een ongelofelijke 164.000.000.000.000 dollar. Daar staat wel een verplichting van een slordige 124.000.000.000.000 dollar tegenover, dus netto blijft er “slechts” zo'n 40.000.000.000.000 dollar over. Maar toch, veertigduizend miljard dollar is een heel aardig bedragje. Zijn die Amerikanen echt zo rijk of klopt er iets niet?

In de volgende tabel zijn voor de VS per sector alle financiële bezittingen en verplichtingen weergegeven en vergeleken met de omvang van de Amerikaanse economie, haar GDP. De bedragen zijn in duizenden miljarden (biljoenen) dollars, per eind kw3-2012 (bron: Amerikaanse centrale bank, Flow of funds data).


Uit de tabel blijkt dat de financiële verplichtingen bijna acht keer de omvang van de Amerikaanse economie bedragen. De financiële bezittingen zijn nog groter: ruim tienmaal die omvang. Het netto financiële bezit bedraagt al met al circa tweeënhalf keer de omvang van de economie, waarvan overigens maar liefst een kwart in handen is van het buitenland. In de volgende tabel is aangegeven om wat voor soorten financiële bezittingen het gaat.


Om het plaatje compleet te maken zijn in de volgende twee tabellen de verplichtingen en bezittingen minus de verplichtingen getoond.




Stukjes papier

Op het eerste gezicht zien deze getallen er spectaculair uit. Totdat je jezelf realiseert waar ze eigenlijk voor staan. Het gaat slechts om stukjes papier, schuldverklaringen in allerlei soorten en maten. Al die schuldverklaringen kennen een eigenaar en een schuldenaar. Anders gezegd, ze zijn het bezit van de een en de verplichting van de ander.

Nu vraag je jezelf misschien af, als ze het bezit zijn van de een en de verplichting van de ander, waarom tellen ze samen dan niet op tot nul? Dat heeft twee redenen, namelijk dat aan sommige financiële bezittingen geen harde, kwantificeerbare verplichtingen zijn gekoppeld en dat de kwaliteit van de verzamelde gegevens onvoldoende is.

De eerste reden betreft aandelen. Haar bezitters kunnen weliswaar aanspraak maken op een deel van de winst, maar de omvang van die uitkering wordt bepaald door de directies van de betreffende bedrijven en is geen hard juridisch recht. Bovendien geven aandelen geen recht op terugbetaling van de betaalde inleg. Aandelen tellen daarom wel mee als bezit, maar niet als verplichting.

Door deze twee oorzaken is op dit moment de netto waarde van de financiële bezittingen in de VS circa tweeënhalf maal zo groot als de omvang van de economie. Maar die netto waarde is dus onderhevig aan fluctuaties in de koersen van de aandelen. Dat is goed te zien in de volgende figuur.


Overigens kunnen bij deze waardering van het netto financieel bezit de nodige kanttekeningen worden gemaakt.

Zo bestaat er weliswaar geen verplichting tot betaling van dividenden, maar dat betekent niet dat bedrijven snel geneigd zullen zijn deze te reduceren of te schrappen. Enerzijds vanwege de druk van de aandeelhouders, tevens eigenaren van het bedrijf. En anderzijds vanwege het risico van een negatieve reactie op de beurs met alle toekomstige financieringsrisico's van dien. Er is dus wel degelijk sprake van een zekere verplichting, waar nu echter geen prijs aan is gekoppeld.


Rijk beloven

Al met al is de realiteitswaarde van die kolossale netto financiële waarde in de VS, die veertigduizend miljard dollar, dus tamelijk dubieus. Ze heeft een aanzienlijk “gebakken lucht” gehalte. Maar hoe hoog ze ook is, het gaat hoe dan ook alleen maar om beloftes. Beloftes om, in ruil voor een zak geld nu, in de toekomst geld terug te betalen in de vorm van rente, aflossing of dividenden, niet meer dan dat. Met andere woorden, men heeft elkaar “rijk beloofd”.

In de volgende figuur is de ontwikkeling sinds 1952 van de waarde van al die beloftes weergegeven, uitgedrukt als percentage van de omvang van de Amerikaanse economie.


Wat je ziet is dat ze na een aantal relatief stabiele decennia in de periode 1980-2008 ruim zijn verdubbeld, van circa driemaal tot circa acht keer de omvang van de Amerikaanse economie. Ongeveer de helft van die stijging kwam voor rekening van de financiële sector. De rest is meer evenredig verdeeld over de andere sectoren. Dat is te zien in de volgende figuur.


De verhouding tussen de omvang van de uitstaande beloftes en de economie is dus enorm gegroeid, net als de verhouding tussen de omvang van de economie in de financiële bezittingen. Het geld dat in ruil voor al die beloftes is ontvangen, heeft de economie een flinke duw in de rug gegeven, zij het dus een duw “op de pof”. Wat dat betreft zijn de voorgaande plaatjes nog geflatteerd!

NB. dat de financiele sector goed is voor ongeveer de helft van de schulden in de VS, ligt voor de hand. Dat kan het best worden uitgelegd met een voorbeeld: als een bedrijf geld leent van een bank, dan ontvangt die bank een schuldbekentenis. Die schuldbekentenis is het bezit van die bank en de verplichting van dat bedrijf. In ruil daarvoor schrijft de bank het geleende bedrag bij op de rekening van dat bedrijf. Dat bedrag is de verplichting van de bank en het bezit van dat bedrijf.

Met andere woorden, hel leenproces leidt tot wederzijdse verplichtingen van gelijke omvang. Omdat de financiële sector meestal de tegenpartij is bij het aangaan van verplichtingen door partijen uit de overige sectoren, zijn de opgetelde verplichtingen van die overige sectoren in omvang vergelijkbaar met de verplichtingen van de financiële  sector. 


Echte waarde

Al dit gepraat over geld en schuld doet je wellicht afvragen wat nu eigenlijk de echte waarde is van de Amerikaanse economie, met ander woorden wat de Amerikanen nu eigenlijk aan tastbare producten bezitten. Je kunt daarbij denken aan gebouwen, machines, voertuigen, spoorwegen, wegen, vliegvelden, enzovoorts, enzovoorts.

In de volgende tabel zijn die tastbare bezittingen aangegeven per sector, samen met de netto financiële bezittingen. De stand van zaken voor de tastbare bezittingen is per eind 2011, de bedragen zijn opnieuw in biljoenen dollars (bron: Amerikaanse centrale bank). In het overzicht van de tastbare bezittingen is overigens niet alles meegerekend. Zo is bijvoorbeeld goud niet meegerekend. Het overzicht is dus niet compleet.


Uit de tabel kun je afleiden dat ongeveer 40% procent van de aangegeven bezittingen bestaat uit netto financieel bezit. Min of meer uit gebakken lucht dus. Daar komt nog bij dat door de enorme schuldgroei na 1980 de waarde van veel tastbare bezittingen op zeepbel-achtige wijze is opgestuwd, waardoor dat percentage van 40% min of meer gebakken lucht eigenlijk nog een te positieve voorstelling van zaken geeft.


Schuldval

Al die beloftes die de Amerikanen en de buitenlanders in de VS aan elkaar hebben gedaan zullen ooit moeten worden nagekomen. Dat zal voor velen een zware, niet zelden te zware last vormen. En bovendien, net zoals de schuldopbouw de economie een flinke duw in de rug heeft gegeven, zal de afbouw de economie flink gaan afremmen.

Door die afremming kan een schulddeflatie op gang komen, met als gevolg dalende waarden van al die beloftes en dus dalende waarden van de netto financiële bezittingen. Een voorproefje daarvan hebben we in 2008 en 2009 al gehad.

Zo’n schulddeflatie kan ertoe leiden dat veel partijen “onder water” komen te staan: hun bezittingen worden minder waard dan hun verplichtingen. Dat kan een vloedgolf van faillissementen van schuldenaars en vervolgens ook van schuldeisers op gang brengen, wat leidt tot een verdere daling van de netto financiële bezittingen. Een negatieve spiraal dus, de typische oorzaak van een economische depressie.

Al met al is de Amerikaanse economie gevangen in een schuldval. Afbouw van de schuld is niet goed mogelijk zonder het risico van een hernieuwde schulddeflatie. En als je de schuld niet richting het GDP kan afbouwen, dan is er nog maar een alternatief: het omekeerde, namelijk het ophogen van het GDP richting het schuldniveau.

Er zijn daarvoor twee gangbare wegen. De eerste is het bewerkstelligen van reële economische groei. Maar dat vereist investeringen in productiegroei en productiviteitsgroei en dat gaat moeilijk zonder nog meer schuld. Er is echter ook nog die tweede weg, het aanjagen van de inflatie door de centrale bank, door het aanzetten van de geldpers.

In het laatste geval kan het nominale GDP als vanzelf in de richting van de omvang van de schuld stijgen. Dat laatste vereist wel dat de centrale bank de schuldgroei door het rente-op-rente effect afremt. Dat kan ze doen door het bijgedrukte geld te gebruiken voor het opkopen van schuldpapier, waardoor ze de rente drukt. Deze tweede weg, daar hebben de centrale banken (lees: de overheden) in de wereld min of meer stilzwijgend voor gekozen. Maar dat gaat helaas niet zonder slachtoffers.

Die slachtoffers, dat zijn vooral diegenen die hun schulden wel binnen de perken hebben weten te houden en die een spaarpotje hebben opgebouwd. Zij lopen een aanzienlijk risico om hun netto financiële bezit door die acties van de centrale bank en de daardoor stijgende inflatie en aanhoudend lage rente gestaag te zien verdampen.

De enige remedie daartegen is het ruilen van financiële bezittingen tegen fysieke bezittingen zoals onroerend goed en goud, maar ook tegen aandelen. Ik noem ook aandelen omdat de waarde daarvan op termijn min of meer "inflatievast" is. Dat komt doordat de winsten van de bedrijven op termijn meegroeien met de inflatie. Maar dit soort omwisselingen zijn niet zonder risico, want de waarde van veel fysieke bezittingen is in de afgelopen decennia al fors gestegen.

Het inflatoire beleid van de centrale banken is overigens niet zonder risico. Moedwillige verlaging van de koopkracht van het geld kan het vertrouwen van de burgers in het geld ondermijnen, wat in extreme gevallen kan leiden tot hyperinflatie. Bovendien ontstaat bij een dergelijk beleid het risico van een "race naar de bodem": welk land kan zijn munt het snelst laten dalen en zo een concurrentievoordeel behalen. Japan is daarvan een recent voorbeeld.

Overigens is er nog een derde manier om uit die schuldval te ontsnappen, maar die wordt praktisch nooit genoemd en meestal ongezien verworpen: een "modern debt jubilee", ook wel aangeduid als "quantitative easing for the people". Meer hierover in het artikel Geen QE maar een Modern Debt Jubilee.

© Anton van de Haar - februari 2013


Copyright © 2016 Anton van de Haar. All Rights Reserved.