Antons economie pagina

Een andere kijk op onze economie

Simulatie van een kredietcrisis

In het artikel Endogeen geld model – I  ben ik kort ingegaan op de basis van zijn endogeen geld model en zijn uitbreiding van dat model met constante geldgroei. In het vervolg op dat artikel,  Endogeen geld model – II, heb ik in de lijn van Keen een simpel model van de fysieke economie aan het monetaire model gekoppeld, op basis van een Phillips curve.

In dit artikel simuleer ik met het gecombineerd monetair/fysieke model van Keen een kredietcrisis om te kijken wat er gebeurt met de ontwikkeling van onder meer de lonen, de inflatie en de werkloosheid. Daarna introduceer ik een nieuw element in het systeem: geldinjectie. 

Dat geld injecteer ik eerst in Kluis, de geldvoorraad waar de bank het nieuw gecreëerde geld aan toevoegt en van waaruit ze kredieten levert. Vervolgens injecteer ik dat geld in Werkers. Dat is de bankrekening waarop de werkers hun loon ontvangen en waarmee ze hun consumptieve uitgaven doen.

NB. In werkelijkheid heeft een bank natuurlijk niet zoiets als een kluis waar ze geld uit haalt om het uit te lenen en waar ze nieuw gecreëerd geld in stopt. Want in werkelijkheid leent ze geld uit door met een paar toetsaanslagen op haar computer het saldo op de rekening van een klant met een bepaald bedrag op te hogen, in ruil voor een IOU van die klant. Maar rekentechnisch komt het op hetzelfde neer. De kluis staat als het ware symbool voor alle klantrekeningen samen.

Voor beide opties, injectie Kluis en injectie Werkers, bekijk ik vervolgens wat het effect is op de ontwikkeling van de lonen, de inflatie en de werkloosheid.


Kredietcrisis

In de volgende figuur is voor de VS het effect van de kredietcrisis en het vervolgens ingrijpen van de overheid en Centrale bank op de totale uitstaande schuld in de VS (NTCMDO) te zien. De bedragen zijn in miljarden dollars. De zwarte lijn geeft de gemiddelde exponentiele trend van de schuldopbouw in de periode 1960 -2008 weer.


Duidelijk is te zien dat de schuldopbouw tot 2008 keurig de trend volgt, om dan af te buigen naar een lichte daling. Die dalende beweging slaat vervolgens in 2010 weer om in een licht stijgende beweging. Die laatste omslag is het gevolg van het ingrijpen van de overheid.

In het model is de kredietcrisis gesimuleerd door na 25 jaar het tempo van de geldgroei (Geldgroei tempo) te halveren (van 1/15 naar 1/30 van de som van Kluis en Uitstaande kredieten per jaar), het uitgiftetempo van nieuwe leningen (Vlening) eveneens te halveren (van 3/4 naar 3/8 van de inhoud van Kluis per jaar) en het tempo van schuldaflossing (Vaflossing) te verdubbelen (van een 1/7 naar 2/7 van Uitstaande kredieten per jaar). Het effect op de totale uitstaande schuld is te zien in de volgende figuur.


Duidelijk is dat het effect van deze ingrepen op de omvang van de uitstaande kredieten beduidend sterker is dan het effect van de kredietcrisis in de VS. Op basis van de genoemde plotselinge aanpassingen is het systeem doorgerekend. In de volgende grafiek is het effect op de werkloosheid, de inflatie en de ontwikkeling van het nominale loon weergegeven.


Uit de figuur blijkt dat de drie variabelen schoksgewijs uit evenwicht raken, na circa 2 jaar een piek cq. dal doorlopen en na circa 10 jaar stabiliseren op een nieuw evenwichtsniveau. De werkloosheid explodeert van circa 2,5% naar circa 17,5% om vervolgens weer te zakken en te stabiliseren net onder de 5%. De verandering van het prijsniveau slaat om van 4% inflatie naar 6% deflatie om vervolgens weer te stijgen en te stabiliseren op ongeveer 0%. De loonontwikkeling beweegt steeds 1% daarboven. Met andere woorden, het reële loon groeit steeds met 1% per jaar.

De nieuwe evenwichtsniveau’s van de werkloosheid, de ontwikkeling van het prijsniveau en de ontwikkeling van het loon passen bij wat je zou verwachten als gevolg van de halvering van de geldgroei van 1/15 naar 1/30. Dat dit proces ongeveer 10 jaar duurt betekent dat op basis van de gekozen modelinstellingen de geldstromen in het model een dergelijke tijd nodig hebben om oderling weer in evenwicht te komen.

In de echte wereld zal het systeem zich niet als vanzelf weer stabiliseren maar zal de initiële schok zichzelf kunnen versterken en daardoor nog extremere vormen kunnen aannemen. Dat komt doordat er een schulddeflatie op gang zal komen (zie de artikelen Minsky moment en Dalio's debt deleveraging). De schoksgewijze daling van de kredietverstrekking leidt dan tot een daling van de waarde van o.a. aandelen en onroerend goed, wat weer leidt tot een daling van de bedrijfswinsten en de consumptie, waardoor de kredietgroei nog verder afneemt. Een negatieve spiraal dus. Dit aspect is in meer detail uiteengezet in het artikel Dalio’s debt deleveraging en verwerkt in het Monetair Minsky model (zie het betreffende model).

In de volgende figuur is de ontwikkeling weergegeven van de werkloosheid en de inflatie (CPI) in de VS in de Grote Depressie, die eind 1929 begon. De werkloosheid bereikte circa 4 jaar later een piek van 24%, de inflatie dipte circa 2 jaar later op -11%. De sterke terugvering daarna was waarschijnlijk vooral het gevolg van het ingrijpen van de Centrale bank en de overheid, door middel van het aanzetten van de geldpers en van grootschalige stimuleringsmaatregelen. Ter illustratie (en niet meer dan dat) zijn ook de resultaten van de modelberekening uit de vorige figuur aangegeven.



Overheidsingrijpen

Injectie in Kluis

In deze optie wordt vanaf 1 jaar na het begin van de kredietcrisis gedurende 1 jaar een bedrag in Kluis geïnjecteerd. Deze optie is vergelijkbaar met de keuze die de Amerikaanse en de Europese overheden hebben gemaakt in de bestrijding van de kredietcrisis, namelijk het redden van de banken en het uitlenen van extra geld in de hoop dat dit de kredietverlening weer op gang brengt.

Er is uitgegaan van een injectie van 55 miljoen ten opzichte van een bedrag van 550 miljoen aan Uitstaande kredieten en saldo in Kluis, 10% van het totaal dus. Het effect daarvan (rood) ten opzichte van het scenario zonder injectie (blauw) is aangegeven in de volgende figuur.


Injectie in Werkers

In deze optie wordt er 1 jaar na het begin van de kredietcrisis gedurende 1 jaar een bedrag in Werkers geïnjecteerd. Deze optie is vergelijkbaar met het geven van extra geld aan de huishoudens, bijvoorbeeld in de vorm van een tijdelijke belastingverlaging of uitkering. Er is opnieuw uitgegaan van een injectie van 55 miljoen. Het effect daarvan (rood) ten opzichte van het scenario zonder injectie (blauw) is aangegeven in de volgende figuur.


Uit vergelijking van de twee opties blijkt dat injectie in Werkers tot een veel snellere reductie van de  werkloosheid en de deflatie leidt dan injectie in Kluis.

© Anton van de Haar - november 2012


Copyright © 2016 Anton van de Haar. All Rights Reserved.