Antons economie pagina

Een andere kijk op onze economie

De schuldencrisis houdt de westerse wereld, en in toenemende mate de rest van de wereld, in een verlammende houdgreep. Huishoudens kampen met hoge schulden en teruglopende inkomsten en houden daardoor de hand op de knip. Overheden kampen met oplopende schulden en met forse begrotingstekorten en proberen die weg te werken met bezuinigingen. En de banken zijn door hun te geringe eigen vermogen ten opzichte van de omvang van hun balans kwetsbaar voor dalingen van de waarde van hun bezittingen. Daardoor vertrouwen ze elkaar niet en zijn ze maar mondjesmaat bereid om leningen te verstrekken. Al met al wordt de westerse wereld en in toenemende mate ook de rest van de wereld geconfronteerd met economische stagnatie.

Als je kijkt naar wat de overheden en hun Centrale banken tot nu toe aan het schuldenprobleem hebben gedaan, dan moet je concluderen dat ze vooral tijd hebben gekocht door de schulden van de banken over te nemen en deze daarmee per saldo te verplaatsen van de private sector naar zichzelf. Dat is op zich ook wel begrijpelijk, want de overheden proberen daarmee te voorkomen dat er een schuld deflatie op gang komt. Maar wat dan? Wanneer en hoe gaan die schulden dan worden afbetaald? Gaan ze worden afbetaald?


Japan

Als voorbeeld van wat ons te wachten zou kunnen staan wordt vaak naar Japan gewezen. Japan had in 1991 zijn eigen Minsky moment, toen gelijktijdig zeepbellen in de onroerend goed markt en de aandelenmarkt knapten. Sindsdien verkeert Japan in een toestand van periodiek terugkerende deflatie. Maar de ontwikkeling sinds 1991 is minder ernstig dan vaak wordt gesteld. Dat komt doordat appels en peren worden vergeleken! Kijk maar eens naar het volgende plaatje dat de omvang van de economie, het GDP, van beide landen weergeeft.


Oef! Dat ziet er niet best uit. Maar gelukkig, dat plaatje deugt niet! Er is geen rekening gehouden met inflatie. En dat maakt nogal wat uit omdat Japan sinds 1995 per saldo lichte deflatie heeft gekend, in tegenstelling tot VS. Bovendien is de omvang van de Amerikaanse bevolking veel harder gegroeid dan die van Japan. Voor een eerlijke vergelijking kun je daarom beter naar het reële GDP per hoofd van de bevolking kijken. Dat staat hieronder.


Dat ziet er al een stuk beter uit! Na 1990 heeft Japan het nog steeds slechter gedaan dan de VS, maar over de hele periode na 1980 gaan beide landen gelijk op. Maar ook dit plaatje geeft geen eerlijke vergelijking. Dat komt doordat de Japanse bevolking sinds 1990 flink is vergrijsd. Daardoor is sinds 1990 het percentage werkenden in Japan gedaald van circa 70% naar circa 63% nu. In de VS is dit percentage ongeveer gelijk gebleven, rond 67% (zie de figuur hierna, bron: Goldman Sachs).


Zou je het reële GDP berekenen per hoofd van de beroepsbevolking, dan zou Japan het in de periode van 1990 tot heden even goed hebben gedaan als de VS en sinds 1980 zelfs beter! Hieruit blijkt maar weer dat je leugens hebt, verdomde leugens en statistieken!


Torenhoge staatsschuld

Maar dat alles betekent niet dat er niks aan de hand is in Japan, zeker niet! De Japanse overheid heeft de groei van de economie slechts op peil weten te houden met enorme begrotingstekorten, Daardoor is de staatsschuld opgelopen van circa 60% van het GDP in 1990 tot circa 240% nu. Dat is in verhouding driemaal zo veel als de staatsschuld in Nederland, het dubbele van de staatsschuld van Italië en anderhalf keer de schuld van Griekenland! Hoe kan het dat de Japanse overheid de schuld zo uit de hand heeft kunnen laten lopen zonder dat de beleggers de Japanse schuld massaal de rug hebben toegekeerd?

Het antwoord op die vraag is voor een deel terug te vinden in het volgende plaatje. Bedenk dat geldt dat:

          Lopende rekening = Balans overheid + Balans private sector


Met dank aan een constant overschot op de handel met het buitenland (lopende rekening, Eng: current account balance) heeft de Japanse private sector haar netto financiële bezittingen nog sneller zien oplopen dan de overheid haar schulden. De private sector heeft het grootste deel van dat geld geïnvesteerd in staatsobligaties, vooral als pensioenvoorziening, zodat 93% van de Japanse staatsschuld nu in handen is van de eigen burgers en bedrijven.

Doordat de Japanse private sector zoveel heeft gespaard en omdat ze tot nu toe steeds bereid is gebleken om dat spaargeld gortendeels in Japanse staatsobligaties te steken is het schuldprobleem in Japan beheersbaar gebleven. Maar dat gaat de komende decennia met zekerheid veranderen omdat de omvang van de Japanse bevolking sinds enige jaren krimpt en omdat door de vergrijzing het aandeel van de beroepsbevolking in de totale bevolking nog veel verder zal dalen. Uiteindelijk zal de Japanse bevolking die schuld daardoor niet meer kunnen financieren, simpelweg omdat ze daarvoor te weinig verdient.


Dreigende toekomst

De gemiddelde verwachting is dat rond 2050 de omvang van de Japanse bevolking gedaald is van ongeveer 130 miljoen tot ongeveer 100 miljoen inwoners en dat het aandeel van de beroepsbevolking dan zal zijn gedaald van ongeveer 63% nu naar ongeveer 51%. Dat betekent bijna een halvering van het aantal mensen in de werkende leeftijd, van circa 82 miljoen naar circa 51 miljoen in 2050. En die steeds schaarsere werkenden zullen dan het geld moeten verdienen dat nodig is om die kolossale staatsschuld af te betalen en daarmee feitelijk het inkomen van al die gepensioneerden op te hoesten. Dat is een onmogelijke opdracht!

Al met al is de Japanse overheid er met al die geldinjecties in de private sector niet in geslaagd om de economie weer op eigen kracht te laten draaien. In plaats daarvan heeft ze de bodem gelegd voor een veel ernstiger crisis, waarin duidelijk zal worden in hoeverre de Japanse overheid in staat zal zijn om haar schuld aan haar eigen burgers terug te betalen. Of beter gezegd, in hoeverre de toekomstige generaties in staat zullen zijn om de pensioenen van de huidige generaties te betalen.

Het wrange is dat de Japanners, terwijl ze netjes hebben gespaard voor hun oude dag, zich door het opkopen van de staatsobligaties van hun eigen land per saldo in hetzelfde schuitje hebben gemanoevreerd als een land waarin de burgers niet de moeite hebben genomen om te sparen voor hun pensioen en waar de pensioenen direct uit de belastinginkomsten moeten worden betaald. 


De situatie in het westen

Terug naar de westerse landen. Die hebben een beduidend kleinere staatsschuld dan Japan nu heeft. En ze hebben  niet of nauwelijks te maken met een krimpende bevolking. Maar ze hebben, net als Japan, wel te maken met toenemende vergrijzing, zoals blijkt uit de volgende grafiek.


In de volgende figuur (bron: BIS report 300) is door de BIS (Bank of International Settlements, de Centrale bank van de Centrale banken) voor een aantal landen de ontwikkeling van de staatsschuld als percentage van het GDP doorgerekend, op basis van 3 scenario’s:

  1. rood: geen aanvullende maatregelen;
  2. groen: in de periode 2012-2017 elk jaar de primaire balans* met 1% van het GDP verbeteren;
  3. blauw: scenario 2 + vastpinnen vergrijzingkosten op het niveau van 2011 (in % GDP)


*: de primaire balans is het verschil tussen de inkomsten van een overheid (uit belastingen en dergelijke) en haar reguliere uitgaven (= uitgaven exclusief rente op de staatsschuld).

In de figuur is te zien dat alleen Italië zou kunnen volstaan met het tweede scenario (alleen verdere verlaging van de uitgaven). Alle overige landen zullen bovendien de stijging van hun vergrijzingkosten moeten zien te stoppen. Voor Japan, het VK, de VS en Frankrijk ontstaat zelfs dan een onhoudbare fiscale situatie. 

Maar wat dan? Hoe kunnen die landen dan nog uit de shit geraken? Een mogelijke oplossing, in combinatie met veelal drastische bezuinigingen, is een modern debt jubilee.


Modern debt jubilee

Door de Australische econoom Steve Keen is een oplossing uitgewerkt die hij modern debt jubilee, moderne schuldkwijtschelding, heeft gedoopt. Ze is gebaseerd op een eeuwenoude praktijk die al in de bijbel wordt beschreven, waarbij met een interval van een aantal decennia schulden werden kwijtgescholden (zie Wikipedia, Jubilee (biblical)).

Het zomaar kwijtschelden van schuld is echter bepaald onrechtvaardig:

  • mensen die veel schuld hebben opgebouwd worden bevoordeeld ten opzichte van mensen die weinig hebben geleend of die schuldenvrij zijn;
  • mensen die hebben gespaard raken dat geld voor een deel kwijt als de bank het heeft uitgeleend of als ze dat zelf hebben gedaan.

Om deze redenen heeft Keen de debt jubilee in een moderne vorm gegoten, die kortweg op het volgende neerkomt:

  • de Centrale bank creëert een groot bedrag aan fiatgeld en de overheid verdeelt dit over de burgers;
  • de overheid stelt als voorwaarde dat het geld allereerst wordt besteed aan de aflossing van schulden.

Er is dan feitelijk geen sprake van een debt jubilee, maar van een geldinjectie in de huishoudens, "quantitative easing for the people". De directe effecten van een dergelijke ingreep zijn de volgende: 

  • de gemiddelde schuldenlast per burger daalt fors;
  • burgers met beperkte schulden worden schuldenvrij;
  • burgers zonder schulden krijgen de beschikking over (extra) vermogen; 
  • burgers met grote schulden krijgen beter hanteerbare schulden.

Er zijn natuurlijk ook negatieve effecten: 

  • er zal forse inflatie optreden; 
  • eigenaars van financiële bezittingen worden daardoor geconfronteerd met een forse reële waardedaling van hun bezit.

Het optreden van inflatie heeft ook een positief effect, namelijk dat zowel overheden, bedrijven als burgers die dan nog kampen met forse schulden, die schulden in reële waarde zullen zien dalen. Daarnaast wordt het negatieve effect van de inflatie voor kleine spaarders en gepensioneerden gecompenseerd doordat ze dat geldbedrag ontvangen.

Al met al zullen vooral de bezitters van grotere hoeveelheden financiële bezittingen worden getroffen. Dat geldt overigens in mindere mate voor houders van aandelen, want de waarde daarvan is vooral gekoppeld aan de verdienkracht van de bedrijven, en die is gebaseerd op hun reële, fysieke productiecapaciteit.


Een indicatief voorbeeld van een modern debt jubilee in Nederland

NB. het volgende voorbeeld is een eerste uitwerking door mezelf, ik ben op het internet geen uitwerkingen van een modern debt jubilee tegengekomen. Mogelijk klopt ze niet helemaal.

Stel je voor dat elke Nederlander van 18 jaar of ouder een onbelaste schenking van 50.000 euro uitgekeerd krijgt. Dat betekent dat ongeveer 13 miljoen Nederlanders een bedrag van in totaal 650 miljard euro uitgekeerd krijgen. Dat komt ongeveer overeen met de omvang van de Nederlandse economie op jaarbasis. Overigens zal een dergelijke schenking in alleen Nederland niet mogelijk zijn zolang Nederland deel uitmaakt van de Eurozone.

Volgens het rapport Welvaart in Nederland, CBS, 2012, telt Nederland ongeveer 7,4 miljoen huishoudens, gemiddeld 1,74 volwassenen groot. Ongeveer 3,7 miljoen huishoudens hebben samen in totaal 758 miljard euro schuld, waarvan 654 miljard euro hypotheekschuld en 104 miljard euro overige schuld. Dat betekent dat in totaal circa 6,5 miljoen volwassenen een gemiddelde schuld van circa 118 duizend euro per persoon hebben.

Als we er van uitgaande dat de schulden evenredig verdeeld zijn over die 6,5 miljoen volwassenen (op voorhand een dubieuze aanname) en dat die mensen het ontvangen bedrag volledig besteden aan aflossing van die schuld, dan krijgen we het volgende plaatje:


Gevolgen voor huishoudens

De totale schuldenlast van de huishoudens daalt met ruim 40% van 758 miljard naar 433 miljard euro. De totale bank- en spaartegoeden van de huishoudens stijgen met ruim 110% van 291 miljard naar 633 miljard euro. De mate waarin het extra vrij besteedbare inkomen tot inflatie leidt zal mede afhangen van de mate waarin het wordt geconsumeerd. Hoe dan ook zal de resulterende inflatie de afname van de schuldenlast in reële termen nog een stuk groter maken. Anderzijds zal de eenmalige stijging van de totale bank- en spaartegoeden daardoor in reële termen minder hoog uitvallen.

Gevolgen voor de overheid

De schenking zal worden betaald met nieuw gecreëerd geld. Dat betekent dat ze geen direct effect heeft op de overheidsfinanciën. Wel zullen er indirecte effecten zijn. Zo zal de staatsschuld door de resulterende inflatie in reële termen flink dalen. Daarnaast zullen door de extra consumptieve bestedingen de belastinginkomsten flink toenemen. Tenslotte zullen door de sterke daling van de totale hypotheekschuld de kosten van de hypotheekrente aftrek flink afnemen. Al met al zijn de effecten voor de overheidsfinanciën behoorlijk positief. De overheid zou de resulterende inflatie in theorie enigszins kunnen indammen (in jargon: steriliseren) door een deel van het uitgekeerde geld door de Centrale bank terug te laten halen via de uitgifte van schuldpapier.

Gevolgen voor bedrijven

De schenking zal geen direct effect hebben op de financiën van de bedrijven. Wel zullen ze naar verwachting een forse omzetstijging ondervinden als gevolg van de extra consumptieve bestedingen. Daarnaast zal de reële waarde van hun schulden door de verwachte inflatie flink dalen. Hun financiele bezittingen zullen echter flink in waarde dalen.

Gevolgen voor banken

De schenking zal een direct effect hebben op de financiën van de banken. Door de storting van 650 miljard euro op de rekeningen van hun klanten exploderen hun balansen. Deze explosie zal voor ongeveer de helft worden tenietgedaan door de aflossing van hypotheken en overige schulden. De banken zullen per saldo wel met zo'n 325 miljard euro aan overtollig geld worden opgescheept waarvoor ze een nieuwe bestemming zullen moeten vinden. In theorie zou de Centrale bank dit geld kunnen afromen met de uitgifte van schuldpapier (zie hiervoor).

In de volgende figuur is ter illustratie een berekening van Steve Keen getoond (uit Solving the paradox of monetary profits, 2010). Hierin is het effect op de werkloosheid te zien van een hapering in de kredietverlening (credit crunch) zoals in 2008 optrad:

  • zonder maatregelen door de overheid (rode lijn), 
  • met een geldinjectie in het bankensysteem (blauwe lijn), min of meer de lijn die in de VS en in Europa is gekozen, 
  • met een jubilee, d.w.z voornoemde geldinjectie, maar dan op de bankrekeningen van de huishoudens (zwarte lijn). 

De berekeningen zijn gemaakt met Keens Endogeen geld model (zie de modellen). 


Duidelijk is dat de beperkte modern debt jubilee een veel positievere uitwerking heeft op de werkloosheid dan een geldinjectie in het bankensysteem. Dat komt doordat de beperkte debt jubilee leidt tot een directere en sterkere toename van de consumptie en daardoor tot een snellere en sterkere opleving van de economie. 

Ik stel me voor dat het in goede banen leiden van het extra geld dat door een modern debt jubilee in het monetaire systeem terecht komt niet iets is dat aan de banken kan worden overgelaten, omdat het winstmaximaliserende organisaties zijn die hun eigen belang nastreven en niet het algemene belang. Bovendien leidt zo'n modern debt jubilee tot waardedaling van de munt en daardoor tot negatieve effecten voor buitenlandse bezitters van Nederlandse schuld zoals staatsobligaties en hypotheken. En die zullen daar niet blij mee zijn. Dit soort operaties zal daarom wellicht internationaal moeten worden uitgevoerd en gecoördineerd.

Het is van het grootste belang dat de geldinjectie niet leidt tot nieuwe zeepbellen en tot nieuwe schuldexcessen in andere sectoren van de economie door hernieuwd onverantwoord gedrag van de banken. Gezien het vermogen van de banken om het beleid van de overheid te ontduiken (denk aan het schaduwbank systeem) lijkt een flinke inperking van de handelingsvrijheid van banken een cruciale voorwaarde voor het slagen van zo’n debt jubilee.

© Anton van de Haar - november 2012


Copyright © 2016 Anton van de Haar. All Rights Reserved.