Antons economie pagina

Een andere kijk op onze economie

"De crisis is op zichzelf voorbij" stelde minister Dijsselbloem in mei van dit jaar. "We hebben weer economische groei. De verwachting is voor dit jaar 1,2 en voor volgend jaar 1,4 procent. Dus het trekt echt aan." Dat klinkt bemoedigend, maar klopt het ook? Als je naar de volgende figuur kijkt (bron: BBVA), dan mag je daar wel een paar flinke vraagtekens bij zetten.


In de grafiek is voor de vijf grootste economieën ter wereld de schuld getoond van de overheid, de huishoudens en de niet-financiële bedrijven tezamen, als percentage van de omvang van de economie (bruto binnenlands product, GDP). Wat je ziet is dat die totale schuld in de decennia voor de kredietcrisis gestaag opliep, door de kredietcrisis nog verder omhoog sprong, en daarna alleen nog maar groter is geworden. Alleen in de VS lijkt er sprake te zijn van enige stabilisatie.

De onvermijdelijke conclusie is dat de omvang van het schuldprobleem sinds de kredietcrisis (een schuldencrisis) en de erop volgende Eurocrisis (ook een schuldencrisis) gewoon verder is gegroeid. Kennelijk zijn onze overheden niet in staat om het schuldenprobleem onder controle te krijgen. En dat is zorgwekkend, want een groeiende schuld/GDP ratio is op termijn onhoudbaar, dat is een zekerheid.

De vraag is vervolgens, wat als uiteindelijk echt alle rek eruit is? Wat kun je dan nog doen?

Een voor de hand liggende oplossing is het kwijtschelden van schulden. Maar de een zijn schuld is een ander zijn bezit, dus dat zal tot de nodige schade leiden, bijvoorbeeld bij (toekomstige) gepensioneerden en bij spaarders. Niet rechtvaardig dus, en bovendien funest voor de ontwikkeling van de koopkracht. Overigens is door onze bestuurders impliciet al wel voorgesorteerd op deze optie; het door de centrale banken naar de nullijn verlagen van de rente komt per saldo op hetzelfde neer.

 

Modern debt jubilee

Er is echter nog een andere optie! Een optie die de pijn eerlijker verdeelt en die bovendien een positief effect heeft op de economie, maar die zelden of nooit genoemd wordt: de door de Australische econoom Steve Keen voorgestelde Modern debt jubilee (MDJ). Ze is genoemd naar een eeuwenoude praktijk die al in de Bijbel wordt beschreven, waarbij met een interval van een aantal decennia schulden worden kwijtgescholden (zie Wikipedia, “Jubilee (biblical) ).

De term Modern debt jubilee is echter ongelukkig gekozen. Er wordt namelijk helemaal geen schuld kwijtgescholden. In plaats daarvan ontvangt elke burger van de centrale bank een flink geldbedrag, met als voorwaarde dat dit geld allereerst wordt gebruikt voor het aflossen van schulden. Bedenk daarbij dat een centrale bank geen geld nodig heeft om dat uit te kunnen delen, ze kan uit het niets geld scheppen zonder dat daar voor haar ook maar enige verplichting tegenover staat.

Het directe effect van een MDJ is als volgt:

  • de gemiddelde schuldenlast per burger daalt fors;
  • burgers met beperkte schulden worden schuldenvrij;
  • burgers zonder schulden krijgen de beschikking over (extra) vermogen;
  • burgers met grote schulden krijgen beter hanteerbare schulden.

Een MDJ leidt al met al tot een sterke verbetering van de financiële positie van de gemiddelde burger. Daardoor krijgt de economie een zodanig sterke impuls (de werkloosheid neemt sterk af en bedrijven raken overbezet), dat er flinke inflatie zal optreden. Die inflatie zal de verbetering van de financiële positie van de gemiddelde burger voor een deel teniet doen, maar ze zal ook leiden tot een forse afname van de reële schuld die na de MDJ nog bij burgers, bedrijven en overheden resteert.

Al met al zal een MDJ leiden tot een sterke daling van de schuld/GDP verhouding, enerzijds door het directe effect van de MDJ, en anderzijds door de inflatie die ze veroorzaakt.

 

Een indicatief rekenvoorbeeld

Op het internet zijn geen concrete voorbeelden van een MDJ te vinden. Daarom heb ik er zelf een gemaakt. Stel dat elke Nederlander van 18 jaar of ouder van onze centrale bank, DNB een belastingvrije schenking van 50.000 euro ontvangt. Concreet betekent dit dat ongeveer 13 miljoen Nederlanders een bedrag van in totaal 650 miljard euro uitgekeerd krijgen, een bedrag dat ongeveer overeenkomt met de omvang van de Nederlandse economie op jaarbasis.

Uitgaande van het CBS rapport Welvaart in Nederland (2012) telt Nederland ongeveer 7,4 miljoen huishoudens, die gemiddeld 1,74 volwassenen groot zijn. De helft van die huishoudens heeft schulden, in totaal 758 miljard euro. Daarvan bestaat 654 miljard euro uit hypotheekschuld en 104 miljard euro uit overige schuld. Dat betekent dat in totaal circa 6,5 miljoen volwassenen een schuld van gemiddeld circa 118 duizend euro per persoon hebben.

Als we er voor het gemak even van uitgaande dat die schulden evenredig verdeeld zijn over die 6,5 miljoen volwassenen (en ze samen dus 6,5 miljoen x 50 duizend = 325 miljard euro schuld aflossen), dan levert dat het volgende plaatje op:


Gevolgen voor huishoudens

De totale schuldenlast van de huishoudens daalt al met al met ruim 40%, van 758 miljard naar 433 miljard euro. Tegelijkertijd stijgen hun totale bank- en spaartegoeden met ruim 110%, van 291 miljard naar 616 miljard euro.

De mate waarin de toename van het vermogen van de huishoudens zal leiden tot inflatie, hangt af van het tempo waarin ze dat extra geld zullen gaan besteden, en de mate waarin bedrijven in staat zijn om die extra vraag op te vangen met de inzet van extra personeel en productiecapaciteit.

Hoe dan ook zal de resulterende inflatie de afname van de schuldenlast in reële termen nog groter maken. Maar tegelijkertijd zal ze de stijging van de waarde van de totale bank- en spaartegoeden in reële termen ondergraven, wat vooral mensen met veel spaargeld zal raken.

Gevolgen voor niet-financiële bedrijven

De MDJ zal geen direct effect hebben op de financiële positie van niet-financiële bedrijven. Wél zullen ze een forse omzetstijging ondervinden, als gevolg van de extra consumptieve bestedingen. Daarnaast zal zowel de reële waarde van hun schulden als de reële waarde van hun financiële bezittingen door de verwachte inflatie flink dalen.

Overigens geldt dat laatste niet voor de reële waarde van de aandelen van de niet-financiële bedrijven. Die waarde zal vermoedelijk flink toenemen, vanwege de impuls die de MDJ geeft aan de verkopen en daarmee aan hun winstgevendheid.

Gevolgen voor de financiële sector

Als gevolg van de MDJ zullen de banken aan de passivakant van hun balans de omvang van het banksaldo van hun klanten per saldo met 325 miljard euro zien oplopen. Daar staat tegenover dat ze aan de activakant het saldo aan reserves met 650 miljard zien stijgen en het saldo aan uitstaande leningen met 325 miljard zien dalen. Al met al neemt daardoor het balanstotaal van de Nederlandse banken (in 2010 circa 2.200 miljard euro groot), met ongeveer een achtste toe.

NB. voor een uitleg van wat reserves zijn, zie het artikel Wat is geld?

Hun solvabiliteit zal daardoor in absolute zin dalen, maar in relatieve zin (risico-gewogen) zal die solvabiliteit juist stijgen, doordat een flink deel van hun (risicodragende) leningen aan de huishoudens wordt ingeruild voor (risicoloze) reserves. Anderzijds zullen de rente-inkomsten van de banken, en daardoor de waarde van hun aandelen en de bonussen voor de bankiers, fors dalen. Uit deze hoek valt dan ook weinig animo voor een MDJ te verwachten.

Gevolgen voor de overheid

De schenking zal door de centrale bank worden betaald met nieuw gecreëerde reserves. Dat betekent dat ze geen direct effect heeft op de overheidsfinanciën exclusief de centrale bank.

Wél zullen er indirecte effecten zijn. Zo zal de staatsschuld door de resulterende inflatie in reële termen fors dalen, zullen door de extra consumptieve bestedingen de belastinginkomsten flink toenemen en zullen door de sterke daling van de totale hypotheekschuld de kosten van de hypotheekrenteaftrek flink afnemen. Al met al is het effect van een MJD op de overheidsfinanciën in hoge mate positief.

Gevolgen voor de centrale bank

Tegenstanders van een MDJ zullen wellicht stellen dat zo'n MJD technisch en juridisch onmogelijk is, omdat de centrale bank dan een gigantisch negatief eigen vermogen krijgt, en dus failliet gaat. Want ze krijgt immers niets terug voor het geld dat ze uitdeelt aan de burgers

Ze gaan dan echter voorbij aan het feit dat een centrale bank geen gewone bank is. Het geld (banksaldo) dat door een gewone bank wordt gecreëerd, in ruil voor schuldverklaringen van klanten, is een verplichting van die bank, uit te betalen in cash of over te maken naar een andere bank als de klant dat wil. Dat geldt echter niet voor een centrale bank.

De reserves die de banken aanhouden op hun rekeningen bij de centrale bank, en die door de centrale bank eerder uit het niets zijn gecreëerd, bestaan alleen in de computer van die centrale bank. Ze kunnen niet worden overgemaakt naar een gewone bank. Hooguit kunnen ze worden geruild voor cash, maar die cash wordt eveneens uit het niets gecreëerd (geprint) door de centrale bank. 

Anders gezegd, de verplichtingen van een centrale bank zijn voor haar geen harde verplichtingen. Ze kan niet worden gedwongen om ze terug te nemen, in ruil voor iets anders. De centrale bank kan daardoor naar eigen inzicht cash en reserves creëeren. Ze kan daardoor niet failliet gaan, tenzij ze verplichtingen aangaat die in buitenlandse valuta gesteld zijn. Anderzijds kan een centrale bank met de verstrekking van gratis geld aan de burgers wel de nodige inflatie veroorzaken. Maar dat is in geval van een MDJ nu net een gewenste bijkomstigheid. 

Deze conclusie wordt per saldo bevestigd door Citibank chefeconoom Willem Buiter. In zijn artikel "Can central banks go broke?" uit 2008 schrijft hij "As long as central banks don’t have significant foreign exchange-denominated liabilities or index-linked liabilities, it will always be possible for the central bank to ensure its solvency though monetary issuance (seigniorage). However, the scale of the recourse to seigniorage required to safeguard central bank solvency may undermine price stability."


Winnaars en verliezers

De effecten van een MDJ op de balansen van de banken zijn qua aard en omvang vergelijkbaar met het effect van het Quantitative Easing (QE) programma van de Amerikaanse centrale bank op de balansen van de Amerikaanse banken, wat voor Steve Keen de reden was om MDJ te omschrijven als quantitative easing for the people.

Voor het QE programma hebben de Amerikaanse banken grote hoeveelheden staatsobligaties en hypotheekobligaties opgekocht en weer doorverkocht aan de centrale bank, in ruil voor reserves. Daardoor is er aan de activakant van hun balansen circa 3 biljoen dollar aan bankreserves bijgekomen (deels in ruil voor staatsobligaties en hypotheekobligaties die al in hun bezit waren), en is er aan de passivakant een wat minder groot bedrag aan banksaldo bijgekomen. Al met al goed vergelijkbaar met het effect van een MDJ.

Voor het overige zijn er echter vooral verschillen. Het effect van het QE programma was dat de koersen van staatsobligaties en hypotheekobligaties, en in hun kielzog bedrijfsobligaties en aandelen, enorm opliepen. Daardoor konden de banken gered worden en zagen de bezitters van obligaties en aandelen (vooral de 1% van Piketty) hun vermogen enorm oplopen. Maar de gemiddelde Amerikaan, zeker degene die door de crisis zijn huis of baan was kwijtgeraakt, was daar weinig mee geholpen.

Praktisch het omgekeerde gebeurt er met een MDJ. Mensen met weinig of geen vermogen zullen dat vermogen door de MDJ flink zien toenemen. Mensen die veel spaargeld of obligaties hebben, zullen de waarde ervan juist zien dalen, door de inflatie die met de MDJ gepaard gaat. Daar staat tegenover dat mensen met veel bezit die dat hebben geïnvesteerd in aandelen en onroerend goed, de reële waarde daarvan kunnen vasthouden, of zelfs vergroten.

De grote winnaars van de MDJ zijn al met al huishoudens met beperkte schulden en/of met beperkte vermogens, en de grote verliezers zijn de huishoudens met grote vermogens, tenzij ze dat vermogen grotendeels in onroerend goed of in aandelen hebben gestoken.  

Dat laatste geldt uiteraard ook voor pensioenfondsen. Die hebben een flink deel van hun vermogen in vastrentende waarden gestoken, die door inflatie aanzienlijk in waarde zullen dalen, zodat de reële waarde van hun pensioenuitkeringen navenant zal dalen. Dat zal vooral een impact hebben op mensen met grote pensioenen, omdat mensen met kleine pensioenen min of meer gecompenseerd zullen worden door de eenmalige MDJ schenking.

 

Haken en ogen

Uiteraard zitten er haken en ogen aan een MDJ in Nederland. Allereerst is ze niet mogelijk zolang Nederland deel uitmaakt van de Eurozone, tenzij de Eurozone als geheel naar dit middel zou grijpen. En daarnaast zijn er wetten en regels die het door de centrale bank aan de huishoudens verstrekken van geld belemmeren.

Verder is het niet zomaar mogelijk om de uitstaande hypotheek- en overige schulden ineens voor een groot deel af te lossen, omdat die aflossingen gebonden zijn aan de leenvoorwaarden die bij de verstrekking ervan met de banken zijn overeengekomen. 

Maar die belemmeringen zijn uiteindelijk zo groot als we ze zelf maken: nood breekt wet. Want bedenk dat een MDJ een paardenmiddel is, dat je alleen moet inzetten in uiterste nood, als er geen andere opties meer voorhanden zijn.

Het is verder van het grootste belang dat er na de MJD geen nieuwe zeepbellen en schuldexcessen ontstaan door voortgaand onverantwoord uitleengedrag van de banken. Gezien de behendigheid die de bankiers hebben getoond in het ontduiken van regels om maar zoveel mogelijk schuld in de economie te pompen en hun bonussen navenant te maximaliseren (denk aan het schaduwbank systeem), lijkt een forse inperking van de handelingsvrijheid van de banken, en wellicht zelfs een nationalisatie, een cruciale voorwaarde voor het slagen van een MDJ.

© Anton van de Haar - oktober 2014        Dit artikel is in iets gewijzigde vorm verschenen op www.ftm.nl



Copyright © 2016 Anton van de Haar. All Rights Reserved.